woensdag 16 juli 2014

1927



*
1927 - JOHAN SANCTORUM OF JOHAN DIABOLORUM?

*
.
*

INLEIDING
Op 11 Juli 2014, de Vlaamse Hoogdag, lag hij net als de Herdertjes in de Kerstnacht, ergens in de velden. War precies, dat komen we niet te weten, want  daar zongen geen Engeltjes hun liederen vloeiend en klaar Het zal wel niet aan de loopgraven van den IJzer geweest zijn, integendeel. Onze vriend heeft immers vrijwillig de strijd gestaakt en doet net hetzelfde als een vaandelvluchtige deserteur doet: hij laat iedereen in de steek.
Maar ja, Meneer is dan ook als Godloochenaar  zeer vooruitstrevend enthousiast over dat soort Parijse denkers van tweehonderd jaar geleden, wiens bijzonderste verdienste nog altijd is dat ze de Beschaving hebben helpen ontsporen. Door zelfs het licht van de zon te loochenen.
De Vlaamse Beweging is niet dood, zoals gehoopt Ze is alleen moe gestreden en in slaap gesukkeld onder de bergen tricolore prikkeldraad waar ze zich heeft laten inkapselen.
Nu blijkt dat, als we er de pretentie van afpellen, dat veel grote woorden nog altijd niet de man maken. Het Vlaams Belang heeft een veldslag verloren, maar nog altijd niet de hele oorlog. Als bj de ‘overlopers’ eenmaal de ontgoocheling zal toeslaan, zal het spel weer rap op de wagen zitten.
Dan zal er weer gevochten worden om een plaatsje tussen de dapperen. En weer zullen er pluimen op de verkeerde hoeden gestoken worden.

MIDDENSTUK
Onder voorname dankzegging
overgenomen door Digitalia bij
*
JOHAN SANCTORUM...

Mijn laatste 11 juli speech
Geplaatst op 11 juli 2014| 21 reacties

Vandaag, Vlaamse feestdag, is misschien een goede gelegenheid om nog eens op te frissen waarom ik Vlaams-republikein ben,- een term die ik verkies boven flamingant of Vlaams-nationalist.

Oppervlakkig zou men het als een familiale aangelegenheid kunnen zien: ik kom inderdaad uit een ”zwart nest”. Mijn grootvader stond in de frontbeweging tijdens W.O. I en kreeg achteraf een paar maanden bak wegens “onvaderlandse activiteiten”. Nota bene als oorlogsinvalide, de sfeer was meteen gezet. Mijn vader vertrok op 17-jarige leeftijd naar het Oostfront en keerde behouden terug, althans fysiek, want het gezin dat hij achteraf stichtte beschouwde hij als een soort derde rijkje in zakformaat. Mijn moeder en zussen kropen bij elkaar, ik stond als enige en oudste zoon vooral in de hoek waar de klappen vielen: een man moest en zou deze langharige boekenwurm en operafanaat worden.

Soit, niet getreurd, aan de univ bloeide ik open. Ik had me als vrijzinnige en atheïst aan de VUB ingeschreven. Kon ik vermoeden dat ze me finaal zouden beletten om een (reeds uitgeschreven) doctoraat te verdedigen, omdat ze er achter waren gekomen dat ik uit een “foute” familie kwam. Vrije Universiteit dus. Vooral de lessen van de existentialistische filosoof Leopold Flam konden begeesteren en legden onverwachts een “fond” voor een politiek inzicht dat mijn verder leven zou bepalen: een liefde voor het Verlichtingsdenken en de republikeinse idealen van de 18de eeuwse denkers.
De vorm van de “Res Publica”, zijnde een vrije maar ook solidaire burgergemeenschap, gebaseerd op een evenwicht tussen rechten en plichten, wordt in hoge mate bepaald door een culturele verbondenheid, die tevens over taal gaat. De vrijdenker en rebel J.J. Rousseau wees erop dat deelname aan de democratie onmogelijk is zonder “dezelfde taal te spreken”. Het is een voorwaarde voor onenigheid. In de Babylonische verwarring is er geen debat, alleen chaos.
Toegepast op de Belgische situatie, betekent dit dat er in dit land geen democratie van de onenigheid mogelijk is, alleen een consensusdemocratie die, paradoxaal genoeg, van het ene misverstand in het andere sukkelt. De monarchie is als het ware de groteske bezegeling van die permanente degradatie die elk politiek debat bij voorbaat verkruimelt tot een koehandel in naam van het fameuze compromis.
Daarenboven is het francofoon taalimperialisme, waardoor de taalgrens al sinds dag 1 van de monarchie naar het Noorden schuift, tot op vandaag (hoor zonet Maingain zeggen dat een nieuwe uitbreiding van Brussel “onvermijdelijk” is ), een sluipend gif dat maar niet wijkt, en vrijwel alle politieke energie naar zich toezuigt. Altijd maar weer, van staatshervorming naar staatshervorming. Van bevoegdheidspakketten naar bevoegdheidspakketten, van grenscorrecties naar grenscorrecties.
Dus neen, België is een 19de eeuwse rem op een 21ste eeuwse dynamiek, waarin jonge, relatief kleine republieken het voortouw nemen, tegen de EU-moloch. Vlaanderen moet, kan daarin zijn plaats zoeken. Niet als xenofoob/ingedommeld bananenrepubliekje, maar als zelfbewuste cultuurnatie met –ook heel belangrijk- een hoge graad van sociale rechtvaardigheid en ontwikkelingsdenken. Estland en Letland zijn, meer zelfs nog dan Catalonië, het model. Het donkerblauwe elk-voor-zich-flamingantisme is mijn ding niet.

Dat brengt me op mijn doortocht bij het Vlaams Belang, waar ik toch ook iets over wil zeggen. Uit afkeer van het “cordon sanitaire” en het begeleidende “cordon médiatique”, die ik een aanfluiting vond en vind van elke democratisch principe, heb ik een zekere sympathie voor die partij opgevat. Temeer omdat ze me de enige partij leek die iets van een radicaal-republikeins potentiaal in zich had, midden een amalgaam van Belgicistische en of kleinburgerlijk/conservatieve kiesverenigingen.
Als copywriter schreef ik de teksten voor Valkeniers en nadien Annemans (bezoldigd uiteraard, ik betaalde er ook een zware sociale prijs voor), hen ondertussen duchtig inpeperend dat ze zich van dat ranzig discours moesten ontdoen, waarin ene Filip Dewinter de toon zette.
Het VB moest een intellectueel slagvaardige, rebelse anti-establishmentpartij worden, met één oog al gericht op het tijdperk na de Belgische monarchie. De Vlaamse republiek dus. Niet alleen een klassiek rechts-flamingant verhaal, maar iets waar zelfs de aanhangers van de huidige Piratenpartij zich thuis zouden voelen, samen met alles aan de linkerzijde dat nog niet hopeloos verkalkt is. Ze knikten, maar geen van beiden had de ballen om tegen Dewinter in te gaan, met zijn voor de partij als geheel dodelijke tirades over de pocket van Mohammed en de verbruining.
Ondertussen werd de N-VA groot en enterde ze de complete Vlaams beweging die ze dan vervolgens voor dood verklaarde. Het contrast tussen de eloquente, strategisch uitgekookte Bart De Wever en het zielig, ideeënloos gebalk van Dewinter heeft geleid tot de afgang van 25 mei. Maar ook daarna bleven de kaken binnen het VB op elkaar geklemd en durfde niemand, op Bart Laeremans na, publiek de vinger op de wonde leggen. Ook de jongeren niet, die zogezegd orde op zaken gingen stellen. Met Filip Dewinter en zijn accoliet Jan Penris in het federaal parlement zijn we weer verzekerd van nog een rondje van het slechtste toogflamingantisme dat alle andere geluiden uit die partij hopeloos zal overstemmen.
Ze doen maar, het zal zonder Sanctorum zijn.

Ziezo, ik voel me nu totaal bevrijd en onthecht. Basta met de partijpolitiek, ik keer terug naar mijn oude liefde, de filosofie, die ik eigenlijk nooit verlaten heb, wel af en toe een beetje bedrogen. De ontrouwe minnaar heeft dus wat goed te maken. Ik zal blijven schrijven, polemiseren, eerder tegen dan voor iets, want ik besef steeds meer dat het positieve, liefhebbende, duurzame vooral tot de privé-sfeer behoort.
Ik heb nergens spijt van, want alles wat we doen en laten behoort tot een verhaal dat we meestal alleen achterwaarts lezen, zelden vooruit. Ik verklaar me vanaf vandaag politiek dakloos maar niet gemuilkorfd, net integendeel.
Het cultuurbeest in me zegt trouwens dat filosofie, kunst en literatuur het republikeinse thema nu moeten overnemen in Vlaanderen, daar is nog een enorme inhaalbeweging te maken.
Meteen een persoonlijk perspectief voor de komende 20 jaar. “Cultiver son jardin”, zoals Voltaire het noemde. De eigen tuin inrichten en onderhouden, als een plekje tussen plekjes in een grotere gemeenschapstuin die op één en dezelfde bodem gedijt.
De Res Publica zal divers zijn én verbonden, of niet zijn.
Ergens te velde, 11 juli 2014

UITLEIDING
De zeleroerselen van deze bescheiden 50/50 socialistische man kwamen tot mij via een sterke rechtse bron die, net als ik, van geen wijken wil weten. Onze doctoraatsthesis hebben we gepleit aan de Universiteit van het Leven. We zijn geen Vlaming geworden uit voorbestemdheid, maar door dagelijks 24/24 onze ogen en oren open te houden.
JaJa, alles is altijd de schuld van ‘de anderen’ die niet meewillen. Dat is het pleidooi der lafaards tegen zij, die vuist en voet de vane omtrent, tot de laatste man blijven vechten. Om aan de jeugd de fakkel te kunnen doorgeven.
Stoefen met en tezelfdertijd klagen over de eigen domheid is nooit… slim. Van dingen waar men geen verstand van heeft, is het best er het zwijgen toe te doen. De Eeuwigheid duurt al lang genoeg….
Laat toch de dioden de doden begraven! Van dat duivels theater der Over-Belichting, verlos ons, Heer….

EINDE
*


Geen opmerkingen:

Een reactie posten