dinsdag 19 juli 2016

3533

4/793 * Houyet s/Ciergnon - De thuiskomst en Breughel-Avond – Bloeimaand in de Vlaamse Ardennen –
*
DEEL 1
*
Maandag 18 juli 2016
Zon 5u50-21u46
H Frederik van Utrecht
*
*
3533 - REISPËRIKELEN    
*

*

DI BELGIO BUONGIORNO A TUTTI

Vandaag, donderdag, dag 6 van onze ‘jaarlijkse vakantie’ in het buitenland, werd ons al dikwijls door de vrienden gevraagd of we soms op goede voet stonden met de Weergoden, omdat we blijkbaar de zon van daar zouden hebben meegebracht. Mogen we al eens meer doen, lachte men hier en daar. Het zou goed van pas komen. En wie weet, kan als afgeleide, de Italiaanse kordate manier om Land en Volk te regeren op dezelfde manier worden overgeplant?  Naar hier in dit Apenland van Grote Tsjeven Smurf, Marc Eyskens. Want, zeer tussen haakjes, ginder krijgen we maar niet uitgelegd waarom wij, Fiaminghi in dat ‘Fiandra’ van ons – van ons alleen en van niemand anders – willen blijven samenhokken met die luie en lagere soort van onder de taalgrens. Reden waarom de ‘Begroting’ dan ook beter de ‘Verkleining’ zou genoemd worden, want op die manier met al die … Begrotingen, wordt met de dag de Staatsschuld alleen maar groter.
Kijk, daar verval ik toch wel weer, zelfs zonder mijn ‘Krantenkoppen’ van elke dag, in die slechte gewoonte om over politiek het meeste verstand te gebruiken, en er dus over te  zwijgen. Want ’t is toch allemaal boter aan de galg. Tenzij, natuurlijk, als die boter helpt om beter te glijden onderweg naar de volgende Verkiezingen….
Over onze waarnemingen in die zes dagen die we hier nog maar zijn, zou ik hele boeken kunnen schrijven. “Schrijven wel”, zegt Zij die mijn zorgen niet deelt maar die wegneemt, “maar daarmee ook maar éne centiem verdienen, da’s andere kak, hé manneke”. Waarmee ik maar wil gezegd hebben dat we van alles dat ons hier voor de voeten liep, écht hebben genoten. Van de kinderen, van de familie, van de (weinige) vrienden waarvoor we ons konden vrijmaken, van de vele velden vol rijpend koren en weiden als wiegende zeeën die groeien langs stroom en rivier, van de oneindige luchten en van de vele betoverende uitzichten. Om nog maar te zwijgen van de fijne hemelse zangkoren in de luchten, of van de bedwelmende geuren die van daaruit naar beneden waaien.
Al die vele waterschade door al die overvloedige regen? Niet veel van gemerkt. Eerlijk gezegd: al die bloeiende aardappelvelden in de Vlaamse Ardennen (Lede, ooit van gehoord?): zoiets nederig maar indrukwekkend, hadden we nog nooit gezien. Temeer daar we daar die dag toevallig iemand meevoerden met boerenbloed tot in de toppen van zijn haar, die naast het merk van die patatten, ook meedeelde dat vele van die ‘nieuwkomers’ met een donker kleurtje, al weer begonnen wegtrekken. Kijk, dat lucht op: goed nieuws midden in de open natuur van een vei en vrij landschap. O, mijn vaders huis, waar de dagen trager waren….
De reistocht hierheen (1450 km in 2 dagen) verliep als naar gewoonte: nergens moeten aanschuiven, weinig verkeer, niet één grenscontrole gehad. Wel veel caravans met NL-rijplaat, allemaal de lange weg huiswaarts rijdend. We zagen Milano (in ’t teruggaan zijn daar koopjesdagen, altijd goed voor onze vestiaire check-up…), we zagen het Vierwoudstedenmeer (struikelsteen om uit te spreken voor Jane La Belga, mijn privé chauffeuse), we zagen Houyet (bij Ciergnon/Cobourg) en s/ Lesse bij Dinant (op die Vergane Glorie kom ik later uitvoerig op terug, dat beloof ik U). Bijna thuis waren we juist op tijd, om in Vichte (bij Kortrijk) aan te schuiven op een Breughelmaal met frietjes van bij ons, en lekkere beenhesp van bij ons, ter gelegenheid van de Jaarlijkse Kermis. Vandaar de vele pintjes fris schuimend bier en de enigszins verlate thuiskomst. Maar ‘Einde goed, alles goed.’
De volgende dagen: het afhandelen van de vele redenen van deze verre tocht. Eerst en vooral: de jaarlijkse verplichte ‘schouwing’ van ons 3de en hopelijk laatste Saab-mobieltje, 20 jaar oud: alles OK. De volgende Technische Inspectie: de Oogarts. Daar haalde ik ipv de vroegere 20/100, nog amper 6/100. Voor een Tarzan niet zo denderend meer dus. Jane La Bella (zij die mijn zorgen niet deelt, enz) had ook ’n paar kleine inwendige inspecties te verduren waarover verder zedig gezwegen dient te worden. Zij slaagde overal ‘con brio’. Buiten een paar détails, die voorzien werden voor het najaar. Minister Maggie De Block mag content zijn met deze twee onderdanen: er komen geen verdere kosten voor het RIZIV…
Dank voor Uw medeleven.
*
De rest verneemt U wel bij een volgende gelegenheid. Desnoods, bij gebrek aan een paar vrije (nachtelijke) uurtjes, zo gauw we er terug zijn, in ’t almachtig mooie land van Julius César, de man die onze verre voorvaderen ooit leerde Latijn te spreken….
(Get) Digitalia,
De West-Fluisteraar
*

*

Geen opmerkingen:

Een reactie posten