donderdag 18 juni 2020

280 -DOORBRAAK BODYCAMS ALS MEERWAARDE NIETS DAN LOF VOOR DIT INITIATIEF MAAR IS DIT WWEL DE MENING VAN IEMAND DIE NIET RECHT IN DE SCHOENEN STAAT.

1166
278 - DOORBRAAK BORMS WAS TOEN NOG NIET DOOD
                  
          *
Donderdag 18 juni 2020
*
GESCHIEDENIS, VLAAMSE BEWEGING
ACTIVISME
**
AUGUST BORMS EN JEF VAN EXTREEM.

foto: ©Nick Peeters
*
*
‘Dan zwijg ik!’
Dr. Borms werpt zich in de strijd voor een jonge communist (2/3)
‘De Vlamingen zijn lammelingen … Ja, de Vlamingen zijn lammelingen! De Vlamingen zijn lammelingen!’ Op het einde van de eerste zittingsdag van zijn proces op 14 juni 1920 probeerde de van landsverraad beschuldigde activist Jef Van Extergem het publiek te beroeren door enkele passages uit een na de wapenstilstand door hem geschreven artikel aan te halen. Hij stond recht en wendde zich tot de toeschouwers, terwijl hij voorgaand citaat luid herhaalde. De geërgerde voorzitter schorste kort daarna de zitting tot de volgende morgen.

Op 16 juni 2020 zal het honderd jaar geleden zijn, dat de communistische flamingant Jef Van Extergem omwille van zijn activistische engagement door het Antwerpse assisenhof werd veroordeeld tot 20 jaar hechtenis, eeuwige beroving van zijn burgerrechten en een boete van 927 frank voor de proceskosten. Deze tekst heeft als doel een duidelijk beeld te scheppen van de sfeer tijdens het drie dagen durende proces van een progressist met een unieke kijk op de Vlaamse kwestie. Dit artikel is het tweede deel van een driedelige terugblik naar de geboorte van een Vlaams symbool.
De grootste bewondering voor Dr. Borms

In de ochtend van 15 juni 1920 ving de tweede dag van Van Extergems proces aan. De ondervraging van de vorige dag werd verdergezet. Na een beknopt vraaggesprek over de vergoeding die hij ontving voor zijn optreden op activistische meetings, confronteerde de voorzitter hem met zijn verschijning tijdens een huldebetoging voor Borms in 1917. De beklaagde toonde zich niet onder de indruk: ‘Ja, zeker! Ik heb altijd de grootste verering, de grootste bewondering gekoesterd – ook nu nog! – voor Dr. August Borms. Juist gelijk in 1917, zo huldig ik hem thans nog steeds, als ‘man van de daad’!’

Dit betekende evenwel niet dat Van Extergem zich tijdens de oorlog met zijn marxistisch geïnspireerde daden aan de Raad van Vlaanderen, waarin Borms een prominente rol had ingenomen, wilde binden: ‘Ons doel was de Raad van Vlaanderen tegenover ons te binden, zonder dat wij gebonden waren tegenover de Raad van Vlaanderen.’ De ondervraging van de beklaagde kwam abrupt ten einde, toen de voorzitter hem vroeg of hij zijn vader mee in het activisme had gesleurd. Toen Van Extergem hier met enige uitleg op wilde reageren, onderbrak de voorzitter hem: ‘Neen, neen! Gij antwoordt altijd nevens de kwestie! Zeg ‘ja’ of ‘neen’ en zo niet: zwijg!’ ‘Dan zwijg ik!’ luidde het antwoord. Hierna begon het getuigenverhoor.
Rechtstreeks met de vijand in verbinding?

Van Extergem zou dus rechtstreeks met de vijand in verbinding hebben gestaan

Als getuigen traden socialistisch politicus Modest Terwagne, liberaal senator Herbert Speyer, Victor Mulie en een zekere ‘Van Sintruyen’ naar voren. De eerste drie verklaarden respectievelijk dat Van Extergems jeugdige leeftijd een grote rol had gespeeld in zijn activistisch engagement, dat hij een eerlijke, onbaatzuchtige jongen was en dat hij door zijn antimilitaristische houding in de problemen kwam met de Duitse bezetter. Van Sintruyen vertelde evenwel dat het algemeen gerucht liep, dat Van Extergem tijdens de oorlog naar het krijgsgevangenkamp in Göttingen ging en van daar brieven meebracht. Daarbij zou hij Duitsgezinde, activistische propaganda hebben gemaakt onder de krijgsgevangenen en hun ouders. Van Extergem zou dus rechtstreeks met de vijand in verbinding hebben gestaan.

De voorzitter gaf daarop aan, dat deze al eerder gedane uitspraak het uitgangspunt was geweest voor het onderzoek. Daarop ontstond tumult, toen advocaat De Rademaeker tussenbeide kwam: ‘… ziehier wat Van Sintruyen zegde tijdens de confrontatie met Van Extergem: ‘Dit was het algemeen gerucht, maar ik heb geen enkel bewijs en ook geen enkel reden om te bevestigen dat het waar is!’ En het is op zulke losse beschuldigingen dat het onderzoek geopend werd.’ Toen de voorzitter dit ontkende, reageerde Van Extergem: ‘Dat is een uitvlucht! Zonder de getuigenis van Van Sintruyen was ik nooit voor het assisenhof gebracht!’ Tot slot traden nog twee andere getuigen op, één van de twee was een oud-leraar die niets dan lof over had voor zijn vroegere leerling.
Dag Borms! Je bent nog niet dood, hé?

Meermaals stak hij ons zelfs stokken in de wielen

Bij de aanvang van de namiddagzitting werd de op dat moment terdoodveroordeelde Dr. Borms tussen twee gendarmen binnengeleid om over Van Extergems activisme te getuigen. Hij gaf tijdens zijn passage aan de beklaagde dikwijls te hebben horen spreken tijdens de oorlog: ‘Ja, meestal was hij tegen de Duitsers. Hij juichte vooral de revolutie toe en keurde dikwijls de werking van de Raad van Vlaanderen openlijk af. Meermaals stak hij ons zelfs stokken in de wielen.’ Hierop volgde een kleine wisselwerking tussen de twee flaminganten, waarbij ze het feit aanhaalden dat Van Extergem tijdens de oorlog voorstelde om alle betrekkingen met de Duitsers af te breken. Borms verklaarde dit voorstel te hebben afgeslagen, omdat het ‘de vernietiging [betekende] van alles wat wij, met zoveel moeilijkheden, tot stand hadden gebracht.’ Daarnaast waren de Duitsers toen aan de verliezende hand, waardoor een revolutionair optreden van de activisten zou zijn overgekomen als kazakkendraaierij. Borms opperde vervolgens dat Van Extergem zich tijdens de oorlog uitte als een overtuigd socialist en zelfs bolsjewist: ‘Als dusdanig kwam hij voortdurend, en veel heftiger dan wie ook, in opstand tegen de praktijken van het Duitse militarisme. Hij zegde dat wij niet alleen revolutionair moesten zijn tegen Le Havre, maar ook tegen Berlijn.’

Toen Borms wilde uitweiden over de door de activisten nagestreefde verzoeningsvrede, bleek de voorzitter genoeg te hebben van de mondige Vlamingen. Hij riep Borms toe dat hij geen redevoering moest houden. ‘Wanneer gij mij niet laat uitspreken, zou ge mij evengoed in mijn cel hebben kunnen laten!’ was Borms’ antwoord. ‘Uw doel was misdadig!’ repliceerde de voorzitter. Dat zou volgens Borms de geschiedenis wel uitwijzen: ‘Wij wachten met gerust geweten af, wat men binnen enkele jaren over ons zal zeggen, wij …’ ‘Geen redevoeringen!’ onderbrak de voorzitter hem opnieuw. Kort daarna werd Borms weggeleid. Van Extergem riep hem nog na: ‘Dag, Borms! Je bent nog niet dood, hé?’ ‘Neen, neen!’ antwoordde Borms lachend, waarna de deuren achter hem sloten.

De tweede zittingsdag eindigde met de getuigenis van een zekere Goossens en ene De Bruyne, die een meeting van Van Extergem hadden bijgewoond. De twee mannen brachten twijfelachtige verklaringen over wat hij er precies had verteld. Toen advocaat De Rademaecker De Bruyne vroeg of hij alles wel goed gehoord had en deze half zeker antwoordde, verklaarde de voorzitter: ‘Wat wonderlijks is daaraan? Van Extergem kan harder roepen dan wij allemaal te samen!’
Nick Peeters
*
NA GESCHRIJFSEL
*
Nog even terugkomen op Herman Portecarero, de Belgse diplomaat die dat boek schreef over de Diamanten Diaspora….
Die sprak, als kleinzoon van een collaborateur uit WO I, met uiterste minachting over Borms. Zelfs ’t Pallieterke noemde hij een verwerpelijk extremistische bende.
Van Joods-Christelijke vergevenings-gezindheid gesproken, hé Jomme Dockx….
   

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten