vrijdag 27 september 2013

1535 - DE COSTA CONCORDIA ALS STERVENDE ZWAAN


***

Vrijdag 27 september

Zon 7u37-19u29

H Vincent de Paul, patroon van de weeskinderen

.

1535 - DE COSTA CONCORDIA ALS STERVENDE ZWAAN

.

Isola del Giglio, het Italiaanse mini eilandje met lelie-blanke zandstranden en wuivende palmbomen.
 

Met de vastgelopen Cosa Concordia, als een Stervende Zwaan en Prima Belerina, uit schaamte tot het middel zijdelings onder water geschoven .

.

I) INLEIDING
Die romantisch aandoende rotsklomp gewonnen verloren in dit stuk Middellandse Zee, dat  eilandje dus met het piepkleine haventje : het ligt van bij ons op amper een uurtje rijden en een half uurtje varen met de overzetboot. Dezelfde ferry als waarmee de huismoeders hun boodschappen aan de wal komen doen, en waarmee werkers op en af reizen naar hun bureau of hun fabriek. De rust is er nu grosso modo teruggekeerd, buiten het mierennest aan redders en bergers  die onverdroten en bedrijvig hun werk verder zetten. Lijk doodgravers op een vereenzaamd kerkhof.
Vandaag krioelt het van TV-camera’s, reporters, fotografen en nieuwsgierigen : de (fragmenten van de) stoffelijke resten van de laatste twee vermisten zouden op Dek Vier, nog altijd onder water liggend, boven gebracht worden. Hier en daar een stil handgeklap voor de duikers, belast met de karwei. Identificatie was, na anderhalf jaar onder water, niet meer mogelijk, maar na een paar uur was er wel dat DNA-onderzoek, dat eerst aan de familie, en dan aan de media, bevestigd werd. Het mag een mirakel heten dat er maar 29 slachtoffers waren en dat het reusachtige schip niet het graf werd van nog vele honderden. Vergeten we toch niet, dat de Costa Concordia groter en breder was dan 4 voetbalvelden met verdieping boven verdieping, hoger dan een varende kathedraal….
De neringdoeners (allemaal horeca en souvenirwinkeltjes) op het eiland realiseren nog altijd die onverhoopte weelde niet, want als de Costa ooit zal weggesleept zijn, zal ook de gestage stroom ramptoeristen zo rap afnemen als de zee bij ebbe en laag water. De getijden zullen  hun rechten hernemen en de vissers zullen weer als voorheen hun dagelijkse boterham verdienen voor de ogen van de zeldzame nieuwsgierigen. De cruiseboten zullen als schepen in de nacht, regelmatig voorbij varen, altijd op veilige afstand, met hoogstens een hese tromp met de scheepshoorn als  groet voor de doden van  de Costa Concordia en de eilandbewoners….
Maar het uitzicht tussen de vuurtorens links en rechts op de havenmuurtjes, over de heldere diep blauwe zee zal nooit meer hetzelfde zijn…
Wij waren daar gisteren (samen met dat nichtje met haar wipneusje dat in Bologna zal studeren vanaf 1/10) precies de dag dat de laatste twee slachtoffers geborgen waren. Wat wij zagen van op ons terrasje aan de wal, was het beeld van de afbeelding hierboven, maar nu met de Costa half boven water rechtgetrokken en omringd door allerlei bergingstuig, pontons, kranen en werk-platforms.  De twee pieepkleine vuurtornentjes, groen en rood geschilderd, weerszijden van de havengeul, stonden nog altijd daar, bakboord en stuurboord, met, zonder rekening te houden met gezichtsbedrog; amper een paar meter afstand daarvoor, de majestueuze bovenste helft van de Costa Concordia. Had Neptunus de Zeegod, die donkere nacht van 11 januari 2012 een ademtochtje meer landinwaarts geblazen, dan was het schip rechtstaande kunnen gaan leunen tegen de havenmuur, en was er niets gebeurd, buiten de (serieuze) averij van het in volle vaart schrapen op de rotsen…
*
Over de commandant van de Costa, de man met de ongelukkige naam Cretino (Schurk). De Italiaanse pers staat al enkele dagen vol met verslaggeving over de rechtszaak tegen hem. Nu de gemoederen ietwat bedaard zijn, komt stilaan de waarheid boven water van wat die rampzalige nacht is gebeurd. En die – tot spijt van wie het benijdt – is niet in het nadeel van de Schipper. Dat is iets wat wij persoonlijk altijd verdedigd hebben, omdat wij het geluk hadden, om daags na de feiten, een radar-montage gezien te hebben van de laatste 10 minuten voor en na de ramp.
U moet weten, dat het een geliefkoosd spelletje was van de eiland-bevolking, om de voorbijvarende cruiseschepen zo uitbundig mogelijk te begroeten. Om bloemen te gooien naar elkaar. Die schepen waren om zo te zeggen, een attractie die met succes uitgebaat werd.. Hoe groter, hoe dichter ze kwamen. De kwajongensstreken van alle zeelieden ter wereld kennende, was het voor hen zaak, alhoewel verboden, om zo dicht mogelijk onder de kust te varen en om over dag te zwaaien naar de halfnaakte waternimfen die daar op de stranden of op de rotsen lagen te dartelen. Het was zelfs een publiek geheim, dat de Burgemeester van Giglio bijna de hevigste was, om dat aan te moedigen…. Kwestie van in de anders zo stille brouwerij wat leven te brengen.
Die nacht, men was amper uitgevaren van de diepzee thuishaven Civitavecchia. De meeste cruisereizigers hadden amper hun bagage geborgen, of kennis gemaakt in het vooruitzicht van een heerlijk weekje genieten. Ze schoven stilaan aan in hun beste avondkledij voor het avondmaal met champagne in de verschillende rijk versierde eetzalen. Buiten zij die aan de relingen verkozen de sprookjesachtige voorbij schuivende nacht te bewonderen, en de twinkelende lichtjes als vuurvliegjes in de bergen. De 1ste Stuurman met zijn  secondanten waren op de brug om het schip te besturen, terwijl de Commandant in zijn hut zich onledig hield met strikt persoonlijke zaken. Van Commandanten met veel goud en galons op hun mouwen, wordt namelijk niet verwacht dat ze de handen uit die mouwen steken….
Toen het noodlot toesloeg, was er niemand die de sonar instrumenten moet bewaakt hebben, noch de zeekaarten onder de hand gehad. Allez, dat motet het Onderzoek nu aan het licht gebracht hebben. Vast staat is in  ieder geval, dat binnen de paar seconden de Commandant op de brug verscheen, om het bevel over te nemen. Terwijl het half gekleed vriendinnetje, dat als blinde passagier aan boord was gesmokkeld, de pijpen uit vlinderde.
Ondertussen was het schip (vlg de radarbeelden) al een flink stuk doorgevaren en  bevond het zich in volle zee en in diep water. De Commandant, koelbloedig zoals het hoort, heeft dan resoluut rechtsomkeer bevolen, in de hoop misschien nog het haventje te bereiken, of althans in ondieper water te belanden. Maar de stroom viel uit, de duizenden tonnen water die binnenstroomden zogen het schip steeds rapper naar de diepte, en met de veilige kust onder handbereik, liep tenslotte alles vast, en begon het kapseizen. Het moet een hels toneel geweest zijn, met veel geroep en getier boven  de huilende wind….
De meeste passagiers (rijk maar onervaren) sprongen in zielsnood over boord, waar ze door de toegestroomde eilandbewoners werden opgevangen en aan land gebracht met alles wat kon drijven. De bemanning in de weinige reddingsbootjes bracht er ondertussen ook zoveel mogelijk aan wal, waar iedereen, verkleumd en nat, angstig en niet begrijpend het spektakel van de zinkende Costa Concordia onderging.
*
Daar heeft Cretino de eerste en enige fout in zijn zeemans-bestaan gemaakt. Hij was, als Meester na God, niet tot het laatst op zijn zinkend schip gebleven. Hij was inrtegendeel, samen met andere passagiers, in een reddingsboot gestapt, en was, overtuigd dat hij in de heersende paniek, toch niets nuttigs meer kon doen. Want iedere seconde kon zijn schip met man en muis vergaan.
Het was ook zo, dat noch bemanning noch passagiers de verplichte reddings-oefenig hadden kunnen meemaken, want die was maar voorzien voor de volgende dag.
*
Moet een volksjury in eer en geweten, nu Cretino schuldig verklaren? Aan het verwaarlozen van de ere-code, zijn plicht als kapitein? Ja. Hij heeft, met het oog op zijn persoonlijke veiligheid, vroegtijdig de passagiers in de steek gelaten. Maar er zijn verzachtende omstandigheden : niemand heeft hierdoor schade geleden, buiten gezegde zeemans-eer. Helden worden inderdaad verondersteld altijd als held te sterven….
Hij is echter geenszins schuldig aan de ramp. Integendeel. Door zijn koelbloedigheid achteraf heeft hij honderden, zo niet duizenden mensenlevens gered. Moest de Costa gezonken zijn, een paar kilometer of zelfs een paar honderd meter in volle zee, dan was het rechtstandig in een paar seconden naar de kelder gegaan, met de meeste mensen opgesloten ergens in een van de vele ruimten. Daarvoor verdient die man een standbeeld, zoals trouwens geëist wordt door zijn dorpsgenoten, die hem sedert de ramp op handen dragen.
*
Gisteren voeren wij daar naartoe, de overzetboot bijna schurend tegen de afgeknotte Costa Prima Balerina. Het was 11 uur in de voormiddag; kalme zee, blauwe lucht en 25°. Beschaduwde terrasjes als in de palm van Gods hand, in een halve cirkel landinwaarts van vuurtoren tot vuurtoren, met daarvoor, thans verbonden met de wal via een ponton-bruggetje van hoogstens 10 meter, de Costa. Majestueus in haar vernedering. Wachtend op wat komen gaat.
We zullen, als ’t God belieft en Klein Pierke, of  ‘bij leven en welzijn’ – schrappen wat U niet graag leest – nog dikwijls op uitstap naar zee trekken. Dat is de plaatselijke Azurenkust van Porto San Stefano, of de Promenade van Por’Ercolo, waar de God Hercules ooit aan wal stapte, knusser en heel wat gezelliger dan al dat mondaine gedoe aan de Franse Zuidkust, Nice bijvoorbeeld, dat eigenlijk Niza is, gestolen Italiaans grondgebied. Na onze korte wandeling daar, is er dan dat kleine terrasje waar er mosseltjes zijn bijna zo goed als in Nieuwpoort. Maar met een veel lekkerder (en goedkoper) wit wijntje van daar. Daar kunnen we uren zitten, om de beweging rond de ferry’s te volgen die in- en uitvaren naar Isola del Giglio, ginds ver achter de einder. Niks romantisch. Wel prozaïsch en het leven van elke dag.
Ach la Bella Italia….

Geschreven door AABEE via Digitalia

 

Zelfde beeld als hierboven, vandaag.

 

Let op de 2 vuurtorens, Links en  rechts…


 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten